God is gek, nu wij nog
Overdenking bij Mattheus 13,1-23
God is gek!
Wat een gekke God!
Wie zaait er nu op de weg? Of tussen de distels?
Je maakt toch de aarde vrij van onkruid voordat je zaait.
Je wilt je kans op een goede oogst toch zo hoog mogelijk maken?
Je wilt je kans op een goede oogst toch zo hoog mogelijk maken?
Maar deze God lijkt erop uit te gaan zonder een plan,
zonder kansberekening,
zonder voorbereiding.
Naar alle kanten verspreidt Hij zijn zaaigoed.
Waar zal het voor staan, dat zaaigoed?
Misschien voor vrede. Of voor medemenselijkheid. Of voor al het goede dat op aarde begint.
Misschien voor vrede. Of voor medemenselijkheid. Of voor al het goede dat op aarde begint.
Of voor het licht van het geloof misschien.
De mislukking voorbij
Hij kijkt niet naar wat mislukt,
of naar wat maar voor een tijdje werkt en dan weer ten onder gaat.
De aandacht gaat naar dat kleine stukje aarde, waar dit zaad vrucht draagt.
Zouden wij misschien ook kunnen doen.
Niet kijken naar het donkere, het tijdelijke, het mislukte
alleen naar het licht.
Niet tellen wat we geïnvesteerd hebben, letterlijk of figuurlijk
in mislukte relaties of vriendschappen, in projecten met mooie doelen die toch ten onder gingen.
Niet zwaar en mismoedig worden, omdat alle bloei en alle succes door ons tot stand gebracht slechts tijdelijk blijkt.
Ze hebben zeker een groot deel van onze tijd en energie gevraagd.
Misschien wel drie kwart van onze voorraad, als we het evangelie mogen geloven.
Op de plek van de bloei
Maar zijn op de plek waar het leven bloeit,
waar licht heerst,
waar mensen elkaar kunnen aanzetten tot het doen van het eeuwig goede:
omzien naar elkaar,
en ontdekken hoe we deel kunnen zijn van een groter geheel.
Waar lukt dat al?
Waar moet je zijn om je 'zaaigoed' te zaaien?
Ik kreeg twee voorbeelden in de schoot geworpen.
Waar moet je zijn om je 'zaaigoed' te zaaien?
Ik kreeg twee voorbeelden in de schoot geworpen.
Ik was in het ziekenhuis en kreeg een moesjestas.
Twee vrijwilligers maken die achter de naaimachine, vullen ze met een kaars en een pakje papieren zakdoekjes
en verspreiden ze naar alle kanten waar mensen de moed lijken te gaan verliezen.
Een ode aan de gestorven dochter van één van deze twee.
Of: ik loop van de fysio naar huis.
Moe en aan het einde van mijn Latijn.
Een dame haalt me in en geeft aan me te kennen van een huisbezoek.
Voor we het weten, praatten we een half uur.
Een gesprek dat even de druk van de ketel haalde.
Een mens moet wel gek zijn om in dit soort momenten te geloven,
Een dame haalt me in en geeft aan me te kennen van een huisbezoek.
Voor we het weten, praatten we een half uur.
Een gesprek dat even de druk van de ketel haalde.
Een mens moet wel gek zijn om in dit soort momenten te geloven,
dat het leven (weer) tot bloei zal komen.
Maar het is wel zo.
Je eigen ogen zullen het zien.
Als je vertrouwen kunt op een gekke God.


Reacties
Een reactie posten