waar zijn mijn sleutels?
Waar zijn mijn sleutels?
Ik zal toch niet de enige zijn
die een paar keer per dag denkt:
waar zijn mijn sleutels?
De pakketbezorger belt aan en de deur zit nog op slot
De pakketbezorger belt aan en de deur zit nog op slot
Ik ga naar de sport en doorzoek mijn tas: zijn ze daar?
Ik ga door de nacht en houd ze in mijn hand voor het geval dat..
Ik ga door de nacht en houd ze in mijn hand voor het geval dat..
Sleutels zijn machtige voorwerpen.
Ze geven toegang.
Ze sluiten af.
Ze begrenzen wie waar bij mag.
Ze sluiten af.
Ze begrenzen wie waar bij mag.
Ze geven macht aan wie ze hebben.
Hebben jullie een reserve setje bij de buren liggen?
Voor die ene keer dat je de deur dichttrekt en denkt: damn, die liggen dus nog binnen?
Of voor een vakantie?
Vertrouwen
Ik weet nog dat ik verhuisde naar het huis waar ik nu woon,
6 woningen in een portiek,
Ik had de dozen nog niet uitgepakt of de buurvrouw stond aan de deur.
"Geef me een sleutelsetje, dat is wel zo handig voor hier.'
Ik stond perplex. Ik vond het zelfs opdringerig.
Zo snel.
Zo snel.
Uiteindelijk, toen ik een paar keer koffie met haar gedronken had,
was het vertrouwen daar. Toen gaf ik ze.
Sleutels geven ook toegang tot privé, voelde ik.
Sleutels geven ook toegang tot privé, voelde ik.
En die toegang geef je alleen als er vertrouwen is.
Petrus en sleutels.
In het evangelie van deze zondag krijgt Petrus sleutels overhandigd.
Ze zijn van het Koninkrijk van God waarover Jezus alsmaar predikte.
Kennelijk heeft dat Rijk deuren of poorten die open en dicht kunnen.
En kennelijk is er maar één die die sleutels kan dragen.
En kennelijk is er maar één die die sleutels kan dragen.
Binnen- en buitenkant.
Kennelijk is er in ons geloof een binnen- en een buitenkant.
Je kunt de geloofsbelijdenis uit je hoofd kennen
en daarmee denken dat je het ware geloof belijdt en de hemel verdient.
Je kunt weten hoe de mis gevierd moet worden
en je pastoor steeds attent maken op zijn overtredingen van die goddelijke wet.
Je kunt oordelen over mensen of politieke partijen en zelf je nergens in engageren,
Je kunt oordelen over mensen of politieke partijen en zelf je nergens in engageren,
Het kan allemaal.
Maar ik hoor in het evangelie: het is slechts buitenkant.
Hier is een uitnodiging naar de binnenkant te gaan,
Wie zeggen de mensen dat ik ben? is de begin vraag.
Ook een vraag aan de buitenkant.
Ze zeggen...
Ik heb iemand horen zeggen...
Ik weet niet of het waar is, maar.....
En dan de vraag naar de binnenkant.
Wie zeg jij dat Ik ben?
Wie zeg jij dat Ik ben?
Het antwoord van Petrus is: Jij bent de Christus.
En dat is de sleutel voor de binnenkant van het geloof.
Die vraag verdient een antwoord toch?
Want mijn antwoord bepaalt wat ik zie en doe , toch?
Als ik zeg: vriend van de armen, is er een uitnodiging zelf die vriendschap te beleven.
Als ik zeg: mijn Leraar, lees ik de bijbel en studeer ik.
Als ik zeg Christus, opent God zich in mijn hart en kan ik bevrijd worden van mezelf.
Want mijn antwoord bepaalt wat ik zie en doe , toch?
Als ik zeg: vriend van de armen, is er een uitnodiging zelf die vriendschap te beleven.
Als ik zeg: mijn Leraar, lees ik de bijbel en studeer ik.
Als ik zeg Christus, opent God zich in mijn hart en kan ik bevrijd worden van mezelf.
Maar als ik het te snel zeg, zonder dat mijn hart betrokken is,
is het weer een antwoord van de buitenkant.
Ooit zei een pastoor in een parochie waar ik werkte in een zondagse preek:
'ik heb Christus in mijn hart, jullie (de parochianen) in het geheel niet.'
Een belediging voor elke gelovige.
Toch schreef niemand een boze brief,
toch schreef ook niemand zich uit.
Het bisdom corrigeerde niet.
Het bisdom corrigeerde niet.
Misschien wel omdat ze aanvoelden: dit is niet de sleutel.
En dan is elke belediging te verdragen.
En dan is elke belediging te verdragen.
Over deze tekst gaat het: Mattheus 16, 13-20
e tijd toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was, stelde Hij zijn leerlingen deze vraag:
'Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?'
Zij antwoordden: 'Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia,
weer anderen Jeremia of een van de profeten.'
'Maar gij', sprak Hij tot hen, 'wie zegt gij dat Ik ben?'
Simon Petrus antwoordde: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.'
Jezus hernam: 'Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed
hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is.
Op mijn beurt zeg ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde,
zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde,
zal ook in de hemel ontbonden zijn.'
Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.
'Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?'
Zij antwoordden: 'Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia,
weer anderen Jeremia of een van de profeten.'
'Maar gij', sprak Hij tot hen, 'wie zegt gij dat Ik ben?'
Simon Petrus antwoordde: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.'
Jezus hernam: 'Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed
hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is.
Op mijn beurt zeg ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde,
zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde,
zal ook in de hemel ontbonden zijn.'
Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.


Reacties
Een reactie posten